Verkiezingen tijdens corona: uitstellen of niet?

Een beschouwing over uitgestelde verkiezingen. Is dit eerder geopperd en wat waren de gevolgen hiervan?

Feb 08 2021

Auteur

Benjamin Broekhuizen

Het coronavirus heeft een grote stempel gedrukt op 2020 en 2021: evenementen zijn afgelast, mensen blijven zo veel mogelijk thuis en winkels en horeca zijn grotendeels gesloten. Het laat ook de verkiezingen niet ongemoeid.

Gemeenten nemen maatregelen om het stemmen zo veilig mogelijk te laten verlopen. Zo zijn er twee dagen om vroeg te stemmen en zeventigplussers mogen een briefstem uitbrengen. Die laatste maatregel is niet onomstreden: de Partij voor de Dieren heeft een kort geding aangespannen om het briefstemmen voor alle kwetsbaren mogelijk te maken.

Er gaan ook geluiden op de verkiezingen uit te stellen. Minister Ollongren gaf vorig jaar mei nog aan dat uitstel niet kon worden uitgesloten en recenter zijn er twijfels geuit vanuit zowel medische als bestuurlijke hoek. Maar hoe werkt dat en is het wel eens eerder gebeurd?

Kunnen de verkiezingen uitgesteld worden?

Het antwoord hierop is kort: ja, het zou kunnen. De datum van de verkiezingen komt voort uit de Kieswet en kan dus niet eenvoudig verschoven worden, behalve door een noodwet die aangenomen wordt door zowel de Eerste als Tweede Kamer. Als een meerderheid in beide Kamers het niet verantwoord acht de verkiezingen te laten doorgaan, kunnen de verkiezingen dus uitgesteld worden. Dat betekent dus wel dat de beide Kamers nog aan de slag zouden moeten met het behandelen van de noodwet. Minister Ollongren heeft aangegeven dat 1 maart het laatste moment is waarop eventueel uitstel nog geregeld kan worden.

Dit zou natuurlijk ook op de nodige kritiek stuiten, zeker onder bepaalde oppositiepartijen. Het betekent namelijk ook het uitstellen van democratische inspraak van de bevolking en het duurt ook langer voordat er weer een missionair kabinet kan aantreden. In Nederland is het uitstel van verkiezingen nog nooit voorgekomen als officieel besluit. Wel zijn de verkiezingen van 1941 niet doorgegaan wegens de Duitse bezetting.

Geen verkiezingen in de Tweede Wereldoorlog

In de middag van 10 mei 1940 kwam de Tweede Kamer bijeen, nadat in de nacht de Duitsers waren binnengevallen. Slechts 38 van de honderd Kamerleden was aanwezig en de voorzitter opende de vergadering kort om in te gaan op de oorlogssituatie, om vervolgens de werkzaamheden van de Kamer voor onbekende tijd op te schorten. Gedurende de oorlog blijft de Tweede Kamer officieel bestaan, maar voert geen werkzaamheden uit. De geplande verkiezingen van 1941 gaan niet door.

De lege plank in de Handelingenkamer symboliseert de jaren dat de Kamer niet bijeenkwam. Bron: Tweede Kamer

Na de bevrijding brak er meteen discussie los: konden de Kamerleden wel zomaar opnieuw plaatsnemen in de Tweede Kamer? Hun termijn was immers al in 1941 verlopen en een aantal Kamerleden had de oorlog niet overleefd, terwijl drie overlevende NSB-Kamerleden gevangen zaten. Ook was het de vraag hoe snel er verkiezingen georganiseerd konden worden in de naoorlogse chaos. De Tweede Kamer heeft over deze moeilijke periode ook een kijkenswaardige documentaire gemaakt.

Uiteindelijk werd besloten tot het vormen van een tijdelijke Tweede Kamer, die zou worden aangevuld met mensen uit onder meer het verzet. Dit noodparlement had in de praktijk weinig macht, omdat er door de regering veel per decreet geregeerd werd. In mei 1946 werden er verkiezingen gehouden en was de Tweede Kamer weer compleet.

De Katholieke Volkspartij (KVP) was net zoals in 1937 de grootste partij met 32 zetels en de nieuw gevormde Partij van de Arbeid (PvdA) veroverde de tweede plaats met 29 zetels. De Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) haalden 13 en 8 zetels. Deze twee christelijke partijen zouden later met de KVP fuseren tot het Christen-Democratisch Appèl (CDA). De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) wist de twee zetels van de verkiezing in 1937 te evenaren.

De Communistische Partij Nederland (CPN) gooide hoge ogen met tien zetels, onder meer door de vooraanstaande rol die de communisten gespeeld hadden in het verzet tijdens de oorlog en het aandeel dat de Sovjet-Unie had in het verslaan van Nazi-Duitsland. Dit was ook meteen het hoogtepunt van de partij: het zeteltal zou later enkel dalen, totdat de partij uit de Kamer verdween en een van de fusiepartijen was die opging in GroenLinks.

De Partij van de Vrijheid (PvdV), een voortzetting van de Liberale Staatspartij (LSP), wist zes zetels te veroveren. Deze partij zou later fuseren met een aantal uittreders van de PvdA onder leiding van professor Oud tot de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).

Geen uitstel na de moord op Pim Fortuyn

De moord op Pim Fortuyn in 2002 schokte Nederland diep: een zowel populair als controversieel politicus was in Nederland vermoord, negen dagen voor de verkiezingen. Toenmalig premier Wim Kok zei er kapot van te zijn. Ook toen kwam de discussie op gang of de verkiezingen niet uitgesteld zouden moeten worden.

Uiteindelijk werd er niet besloten tot het uitstellen van de verkiezingen, waardoor ook de bijzondere situatie ontstond dat mensen konden stemmen op de inmiddels al overleden LPF-lijsttrekker. De LPF werd in die verkiezing uiteindelijk de tweede partij van het land, maar werd geplaagd door herhaaldelijk intern conflict, onder meer tussen de Kamerfractie en het bestuur.

Staatssecretaris Philomena Bijlhout moest al na enkele uren het veld ruimen, nadat bleek dat zij ook na de Decembermoorden in Suriname actief was in burgermilities. Ze zei stellig dat er geen foto’s van haar in uniform zouden zijn. Dit werd een probleem nadat RTL foto’s publiceerde van Bijlhout in uniform. Haar korte staatssecretarisschap is nog steeds een politiek record.

De ministers Heinsbroek en Bomhoff namens de LPF konden elkaar niet luchten of zien en waren geregeld met elkaar in conflict. Dit liep zo hoog op dat ze beiden hun ontslag aanboden, maar het vertrouwen binnen de coalitie keerde daarmee niet terug en het kabinet-Balkenende I viel minder dan drie maanden na het aantreden. Belangrijk aandeel in het gebrek aan vertrouwen was het nieuws dat LPF-fractievoorzitter Wijnschenk door een LPF-Kamerlid bedreigd zou zijn met een pistool. De val van het kabinet leidde tot nieuwe verkiezingen in januari 2003.

Zullen we uitstel zien?

Het is zeer de vraag of we uitstel van de verkiezingen zullen gaan zien, want het zou een enorme stap zijn die ook op veel kritiek zal kunnen rekenen. Toch is het ook niet ondenkbaar: het is goed mogelijk dat we halverwege maart te maken hebben met een piek in het aantal besmettingen vanwege de derde golf, waardoor het risico veel groter is geworden. Ook is het de vraag of de verkiezingen zouden moeten doorgaan als bepaalde groepen zich niet voldoende veilig voelen om te stemmen.

Aangezien er twee weken van tevoren besloten moet worden, zou een eventueel besluit erover in de komende paar weken genomen moeten worden. Vooralsnog lijkt geen enkele partij uitgesproken voorstander van het uitstellen van verkiezingen. Forum voor Democratie (FvD) en Partij voor de Vrijheid (PVV) zijn het meest uitgesproken tegenstander van eventueel uitstel van de verkiezingen. Op de website Petities.nl doet de petitie over geen uitstel van de verkiezingen het met meer dan 4000 ondertekenaars ook veel beter dan de petitie voor uitstel van verkiezingen met minder dan honderd ondertekenaars.

Het Outbreak Management Team (OMT) houdt zich over het onderwerp op de vlakte, al heeft het OMT wel stevig gewaarschuwd voor het te vroeg versoepelen van maatregelen in verband met de Britse variant en de derde golf. Het kabinet laat de deur nog op een klein kiertje staan: in principe gaan de verkiezingen door, tenzij het ‘epidemiologisch onvermijdelijk’ zou zijn.

Microbioloog Bert Mulder, verbonden aan het recalcitranter RedTeam-expertiseteam, is stelliger: als de situatie medio maart nog zo ernstig is als nu en de lockdown nog steeds van kracht zou zijn, zou het zeer onverstandig zijn de verkiezingen doorgang te laten vinden.

Het is al met al een duivels dilemma waar het laatste woord nog niet over gesproken is. De vraag is namelijk al snel welk moment dan wél geschikt is voor het veilig kunnen houden van de verkiezingen: is dat de zomer, of pas in het najaar? En welke partij gaat zich eraan branden dat de verkiezingen niet door kunnen gaan en het huidige demissionaire kabinet nog langer doorgaat?